ECLI:NL:RBNNE:2020:4824
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Op 17 november 2020 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan over een wrakingsverzoek van een partij tegen mr. M. Griffioen, rechter in een civiele hoofdzaak. Verzoeker stelde dat mr. Griffioen in een tussenvonnis onjuiste gronden hanteerde en een bepaalde richting gaf, waardoor geen onpartijdige beslissing meer mogelijk zou zijn.
De rechtbank overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing geven voor vooringenomenheid of de schijn daarvan. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet voldoende. De rechtbank stelde vast dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd die de vermeende vooringenomenheid zouden onderbouwen.
Ook werd benadrukt dat de juistheid van rechterlijke beslissingen beoordeeld moet worden in een hoger beroep en niet via wraking. Bovendien was kenbaar gemaakt dat het verzoek om terug te komen op de eerdere beslissing tijdens de mondelinge behandeling aan de orde zou komen.
De rechtbank besloot daarom het wrakingsverzoek ongegrond te verklaren en de hoofdzaak voort te zetten in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is niet meer aan een rechtsmiddel onderworpen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Griffioen wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.