ECLI:NL:RBNNE:2020:5021
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid bij spoedeisendheidsbeslissing
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die in een lopende zaak het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als niet-spoedeisend had beoordeeld. De rechter had meerdere verzoeken om een eerdere behandeling afgewezen en de zitting uiteindelijk negen dagen later gepland dan aanvankelijk bedoeld.
Verzoekster stelde dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat hierdoor de schijn van vooringenomenheid was ontstaan. De rechter voerde aan dat de beslissing over spoedeisendheid een processuele beslissing is, genomen met inachtneming van het protocol en tijdelijke coronamaatregelen, en dat eerdere communicatie over de zittingsdatum niet door hem was gedaan.
De rechtbank oordeelde dat onvrede over een processuele beslissing op zichzelf onvoldoende is voor wraking. Er waren geen feiten of omstandigheden gesteld die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen zonder mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.