EcoVario ontwikkelingsmaatschappij vordert van Stichting Inlia vergoeding en verklaringen voor recht omtrent tekortkomingen bij de realisatie van noodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers. De rechtbank oordeelt dat EcoVario tekort is geschoten in haar bewijslevering omtrent het niet kunnen toepassen van een schroeffundering en het ontbreken van benodigde financiering.
Getuigenverklaringen van deskundigen over funderingstechnieken en bodemgesteldheid worden uitgebreid gewogen. Hoewel sommige getuigen stelden dat schroeffundering technisch onmogelijk was, betoogden anderen dat met een eigen systeem van schroeffunderingen dit wel mogelijk was. De rechtbank concludeert dat EcoVario niet met voldoende zekerheid wist dat uitvoering onmogelijk was en dat Inlia onvoldoende bewijs leverde dat EcoVario tekort is geschoten.
Ook de stelling dat EcoVario onrechtmatig handelde door beslaglegging wordt afgewezen omdat Inlia niet aannemelijk maakte dat zij hierdoor schade heeft geleden. De rechtbank veroordeelt EcoVario tot vergoeding van de proceskosten van Inlia en wijst de vorderingen van Inlia in reconventie af, behalve de verklaring dat de overeenkomst niet in werking is getreden. Inlia wordt veroordeeld tot vergoeding van haar proceskosten.