ECLI:NL:RBNNE:2020:5208

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
LEE 20/147
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij UWV-uitkeringsbesluit

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een UWV-besluit over de definitieve berekening van zijn uitkering over de periode van januari tot en met december 2018. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank stelt vast dat eiser het griffierecht van €48,00, dat op grond van artikel 8:41 Awb Pro verschuldigd is bij het instellen van beroep, niet binnen de gestelde termijn heeft betaald. Ondanks een aangetekende herinnering is het griffierecht niet voldaan, noch op de rekening van de rechtbank bijgeschreven, noch contant betaald aan de griffie.

De rechtbank oordeelt dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en dat er geen samenhang is met andere zaken die tot een vermindering van het griffierecht zouden kunnen leiden. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.R. Mooi-Sikkema, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 20/147

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2020 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats] , eiser,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering van eiser over de periode van 22 januari 2018 tot en met 31 december 2018 definitief berekend.
AWB20147
Eiser heeft op 9 januari 2020 beroep in gesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 20 november 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb € 48,00. De griffier stelt op grond van artikel 8:41, vierde en vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat van samenhang als bedoeld in artikel 8:41 van Pro se Algemene wet bestuursrecht de onderhavige zaken met de beroepen met registratie nummers LEE 19/3507, 19/3923 en 20/24 geen sprake is, zodat het griffierecht als hierboven genoemd, verschuldigd is.
3. Bij aangetekende verzonden brief van 18 januari 2020 heeft de griffier eiser gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en hem meegedeeld dat dit binnen twee weken moet zijn voldaan.
4. Uit de financiële administratie van de rechtbank blijkt dat het verschuldigde griffierecht ondanks de mededeling in voormelde brief niet op de rekening van de rechtbank is bijgeschreven of contant ter griffie van de rechtbank is betaald.
5. Het griffierecht is niet op tijd betaald.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.R. Mooi-Sikkema, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
De griffier is verhinderd deze De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.