Eiser, een 27-jarige man met psychiatrische diagnoses en een IQ-score rond 71, kreeg een Wlz-indicatie geweigerd omdat verweerder meent dat geen sprake is van een verstandelijke handicap die toegang geeft tot de Wlz. De rechtbank oordeelt dat de medische adviezen waarop verweerder zich baseert niet op inzichtelijke en zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen. Eiser heeft voldoende concrete aanknopingspunten aangevoerd die het tegendeel aannemelijk maken.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verstandelijke handicap niet meer aanwezig zou zijn, mede gelet op eerdere indicaties en IQ-testen onder de normscore. Ook is onvoldoende onderzocht of eiser blijvend permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft, een zelfstandige voorwaarde voor een Wlz-indicatie.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.