ECLI:NL:RBNNE:2020:910

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
27 februari 2020
Zaaknummer
8155537 CV EXPL 19-9145
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:80 BWArt. 6:96 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onterechte vervroegde opeising van resterende abonnementstermijnen afgewezen

De eisende partij heeft de gedaagde partij gevorderd tot betaling van abonnementskosten en bijkomende kosten. De overeenkomst liep van 14 mei 2019 voor 12 maanden, waarbij de toegang tot de sportschool niet is opgeschort.

De eisende partij heeft op 12 juli 2019 de resterende termijnen vervroegd opgeëist, maar vordert in deze procedure slechts betaling van de maanden juni tot en met september 2019. De rechtbank oordeelt dat de vervroegde opeising onterecht is, omdat artikel 6:80 lid 1 sub b en Pro c BW alleen opschorting, ontbinding en schadevergoeding toestaat, niet nakoming van toekomstige termijnen.

De gevorderde hoofdsom voor opeisbare termijnen wordt toegewezen, maar de buitengerechtelijke incassokosten en rente worden afgewezen vanwege onduidelijkheid en onterechte aanmaning. Proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat de procedure mogelijk onnodig was geweest als correcte aanmaning had plaatsgevonden.

De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 396,00 met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2019 en wijst het meer gevorderde af.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van opeisbare abonnementstermijnen juni-september 2019 met rente, overige vorderingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Verstek
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
Zaak-/rolnummer: 8155537 CV EXPL 19-9145
verstekvonnis d.d. 21 januari 2020
inzake

de besloten vennootschap My Healthclub Leeuwarden B.V.,

gevestigd te 8911 BM Leeuwarden,
eisende partij,
gemachtigde: mr. O.J. Boeder,
uw kenmerk: [kenmerk],
tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],
gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend.

Procesverloop

De eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 458,57 met rente en kosten.
Op 3december 2019 heeft de kantonrechter tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis dient als ingelast en herhaald te worden beschouwd.
Ter zitting van 17 december 2019 heeft de eisende partij een akte houdende specificatie van de vordering overgelegd.

Motivering

Bij tussenvonnis is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over onder meer de vragen wanneer de gedaagde partij is aangemaand tot betaling van de achterstallige termijnen, waarom in de bij dagvaarding overgelegde brief de resterende termijnen zijn opgeëist terwijl daar thans geen betaling van wordt gevorderd en of de eisende partij haar dienstverlening heeft opgeschort of beëindigd.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de overeenkomst op 14 mei 2019 voor een duur van 12 maanden is gesloten en dat de toegang tot de sportschool nimmer is opgeschort.
De eisende partij heeft bij brief van 12 juli 2019 de resterende abonnementstermijnen (over de periode vanaf 1 juni 2019 tot 1 juni 2020) wegens wanbetaling vervroegd opgeëist. In deze procedure wordt door de eisende partij betaling gevorderd van de abonnementstermijnen over de maanden juni tot en met september 2019. De eisende partij heeft geen antwoord gegeven op de vraag waarom zij bij brief van 12 juli 2019 de resterende termijnen vervroegd heeft opgeëist terwijl zij daar thans niet (volledig) betaling van vordert.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter in haar brief van 12 juli 2019 ten onrechte de toekomstige abonnementstermijnen vervroegd opgeëist. Uit die brief blijkt dat de eisende partij de vervroegde opeising heeft gebaseerd op artikel 6:80 lid 1 sub b en Pro sub c BW. Uit de wetsgeschiedenis van dat artikel blijkt echter dat een schuldeiser enkel opschorting, ontbinding en schadevergoeding kan vorderen (Parl. Gesch. BW Boek 6, 1981, p. 276, nr. 5). Het vorderen van nakoming van betaling van toekomstige abonnementstermijnen is op grond van dat artikel dan ook niet mogelijk.
De gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen omdat de termijnen betreffende de maanden juni tot en met september 2019 thans opeisbaar zijn.
Nu de gedaagde partij ten onrechte is aangemaand voor een te hoog bedrag omdat hij nog niet in verzuim verkeerde van de gevorderde termijnen op het moment dat de eisende partij de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW Pro verstuurde, is niet aan de in deze bepaling gestelde vereisten voldaan. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.
De gevorderde rente berekend tot aan de dag van dagvaarding zal eveneens worden afgewezen omdat onduidelijk is vanaf welk moment de eisende partij deze heeft berekend en zij de gedaagde partij ten onrechte heeft aangemaand tot betaling van termijnbedragen die nog niet opeisbaar waren.
Omdat de eisende partij de gedaagde partij ten onrechte heeft aangemaand tot betaling van termijnen die nog niet opeisbaar waren en niet is gebleken dat de gedaagde partij na opeisbaarheid van deze termijnen is aangemaand tot betaling daarvan is niet uit te sluiten dat de gedaagde partij de thans gevorderde hoofdsom had voldaan na aanmaning daartoe, zodat de onderhavige procedure niet nodig was geweest. De proceskosten dienen om deze reden voor rekening van de eisende partij te komen.

Beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij te betalen € 396,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 oktober 2019 tot de dag waarop deze is voldaan;
veroordeelt de eisende partij in de kosten, tot op heden aan de zijde van de gedaagde partij begroot op nihil;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.