Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Coöperatieve Rabobank U.A.,statutair gevestigd te Amsterdam,
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een vordering van Coöperatieve Rabobank U.A. tegen gedaagde tot betaling van een bedrag van €1.987,71 met rente en kosten. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of het vervroegd opeisingsbeding geldig is en of voldaan is aan de zorgplicht van artikel 4:34 Wft Pro, ondanks het ontbreken van het Esic-formulier.
De Rabobank heeft toegelicht dat het krediet van €1.900,- digitaal is aangegaan en dat het krediet iedere drie maanden moest worden afgelost. Gedaagde had een eerder krediet verhoogd naar dit bedrag. Na meerdere aanmaningen en het niet nakomen van een betalingsregeling, is het gehele saldo vervroegd opgeëist.
De kantonrechter oordeelt dat het vervroegd opeisingsbeding geldig is op grond van artikel 7:77 lid 1 sub c BW Pro in samenhang met artikel 7:75 lid 1 BW Pro, omdat de betalingen binnen drie maanden plaatsvinden. Hoewel het Esic-formulier ontbreekt, is aannemelijk dat dit aan gedaagde is verstrekt volgens het beleid van Rabobank. De vordering wordt daarom toegewezen, met veroordeling tot betaling van het bedrag, rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.000,89 met rente en proceskosten wegens het vervroegd opeisingsbeding krediet.