Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Drenthe, naar buiten tredend onder de naam Drenthe College,
Rechtbank Noord-Nederland
De eisende partij, Drenthe College, vorderde betaling van € 52,50 met rente en kosten van de gedaagde, die in zijn hoedanigheid als ouder en wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige optrad. Na een tussenvonnis waarin de eisende partij werd bevolen haar vordering nader te onderbouwen, heeft zij een specificatie en onderliggende facturen overgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat de eisende partij voldoende had toegelicht dat er een overeenkomst tot stand was gekomen en dat de vordering niet gebaseerd was op bepalingen in de algemene voorwaarden. De vordering werd niet onrechtmatig of ongegrond bevonden.
Daarom werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van € 101,95, bestaande uit de hoofdsom en wettelijke rente, alsmede de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 101,95 met rente en proceskosten.