ECLI:NL:RBNNE:2020:936

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2020
Publicatiedatum
28 februari 2020
Zaaknummer
8199699
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvRichtlijn 93/13/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling facturen en rente na ambtshalve toetsing

De zaak betreft een vordering van Powerpeers B.V. tegen een gedaagde partij tot betaling van € 872,52 vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter heeft eerst een tussenvonnis gewezen waarin werd vastgesteld dat de dagvaarding onvoldoende informatie bevatte. De eisende partij kreeg de gelegenheid om de vordering nader te onderbouwen met bewijsstukken en een ingevuld informatieformulier.

Na overlegging van aanvullende stukken en een akte waarin de vordering werd gespecificeerd, concludeerde de kantonrechter dat er voldoende bewijs was dat een overeenkomst tot stand was gekomen en dat de facturen verschuldigd zijn. De eisende partij had zich beroepen op bepalingen in haar algemene voorwaarden, met name artikelen 12.6 en 12.7, maar had niet volledig toegelicht waarom deze bedingen niet oneerlijk zouden zijn. De kantonrechter oordeelde dat deze bedingen niet in strijd zijn met de richtlijn inzake oneerlijke bedingen.

Op basis van de overgelegde stukken en de wettelijke toetsing werd de vordering toegewezen. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, de wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.042,80 met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Assen
zaak-/rolnummer: 8199699 \ CV EXPL 19-7773
Verstekvonnis van de kantonrechter van 10 maart 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid powerpeers B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres]
gedaagde partij,
tegen wie verstek is verleend.

1.Procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd om de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 872,52 met rente en kosten.
1.2.
Op 14 januari 2020 heeft de kantonrechter tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis dient als ingelast en herhaald te worden beschouwd.
1.3.
Ter zitting van 11 februari 2020 heeft de eisende partij een akte houdende specificatie van de vordering overgelegd.

2.Motivering

2.1.
De kantonrechter heeft in haar tussenvonnis overwogen dat de door de eisende partij uitgebrachte dagvaarding onvoldoende informatie verschaft en daarmee niet voldoet aan de eisen van artikel 21 Rv Pro. De kantonrechter heeft de eisende partij bevolen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het landelijke informatieformulier. Daarbij heeft de kantonrechter bepaald dat de eisende partij in ieder geval stukken diende te overleggen waaruit blijkt dat en op welke manier een overeenkomst met gedaagde partij tot stand is gekomen, dat eisende partij de onderliggende facturen diende te verstrekken en de vraag te beantwoorden of de vordering mede is gebaseerd op bepalingen in de algemene voorwaarden. Indien dat laatste het geval was, diende eisende partij toe te lichten op welke bepaling(en) een beroep wordt gedaan en toe te lichten waarom het beding volgens de eisende partij niet oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13 oneerlijke bedingen.
2.2.
De eisende partij heeft het landelijke informatieformulier ingevuld, producties overgelegd en haar vordering bij akte nader toegelicht. Zij heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat er een overeenkomst met gedaagde partij tot stand is gekomen, dat er voldaan is aan de informatieverplichting en dat de gevorderde factuurbedragen verschuldigd zijn. Eisende partij heeft een beroep gedaan op de artikelen 12.6 en 12.7 van haar algemene voorwaarden, maar zij heeft niet toegelicht of de bedingen niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13 oneerlijke bedingen. Naar het oordeel van de kantonrechter is daar voor wat betreft artikel 12.6 geen sprake van, nu ten aanzien van de te berekenen rente en buitengerechtelijke kosten wordt verwezen naar de wet. Artikel 12.7 ziet op de gang van zaken bij het afspreken en nakomen van een betalingsregeling en is naar het oordeel van de kantonrechter evenmin oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13 oneerlijke bedingen.
2.3.
De eisende partij heeft gezien het voorgaande naar het oordeel van de kantonrechter thans voldoende informatie verschaft. Het gevorderde komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor zodat dit kan worden toegewezen als na te melden.

3.Beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen € 1.042,80 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 872,52 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van eisende partij begroot op € 85,18 aan dagvaardingskosten, € 486,00 aan vast recht en € 120,00 aan salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.
typ/conc: 36330/TG
coll: