ECLI:NL:RBNNE:2021:1003
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen in juli 2017
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het witwassen van diverse geldbedragen in juli 2017, waaronder bedragen van 854,60 euro, 544,70 euro, 864,40 euro en 944,60 euro, afkomstig uit meerdere aangiften. De tenlastelegging betrof het verwerven, voorhanden hebben, overdragen, omzetten of gebruiken van geld waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het afkomstig was uit enig misdrijf.
Tijdens de terechtzitting van 18 maart 2021 was verdachte niet aanwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door zijn advocaat. Het openbaar ministerie voerde het woord namens de staat. Na beoordeling van het bewijs oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Zowel de officier van justitie als de verdediging waren het hiermee eens.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij van de beschuldigingen van witwassen. Het vonnis werd uitgesproken op 29 maart 2021 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.