ECLI:NL:RBNNE:2021:1004
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte witwassen wegens ontbreken aanmerkelijke onvoorzichtigheid
Deze strafzaak betreft een verdenking van schuldwitwassen waarbij verdachte werd beschuldigd van het gebruiken van zijn bankrekening voor het ontvangen en doorgeven van geldbedragen die mogelijk uit misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank baseert haar oordeel op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld op zijn rekening uit een misdrijf kwam. Verdachte verklaarde dat een vriend hem had gevraagd zijn rekening te gebruiken vanwege problemen met diens eigen rekening en geldbehoefte voor diens moeder. Gezien de nauwe band en dagelijkse omgang acht de rechtbank het niet onredelijk dat verdachte geen nader onderzoek deed.
De rechtbank overweegt dat het nalaten van vragen over de herkomst van het geld niet automatisch betekent dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig handelde. Het bewijs voldeed niet aan de vereisten voor schuldwitwassen, waarbij sprake moet zijn van grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Daarom verklaart de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte vrij. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 29 maart 2021.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs van aanmerkelijke onvoorzichtigheid.