Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.PROCESGANG
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 747,00
Rechtbank Noord-Nederland
De kantonrechter behandelde een kort geding over de vraag of sprake was van overgang van onderneming tussen twee tandartspraktijken, waarbij de tandartsassistente haar arbeidsovereenkomst zou voortzetten bij de nieuwe praktijk. De praktijk van de tandarts die met pensioen ging, was verhuisd naar het pand van een andere tandarts, die de praktijk en patiënten zou overnemen.
De rechter nam diverse feiten in aanmerking, zoals het gebruik van hetzelfde telefoonnummer, het overnemen van patiëntgegevens in hetzelfde softwaresysteem, de intentie van partijen om de praktijk inclusief personeel over te dragen, en het feit dat patiënten na pensionering nog steeds door de nieuwe praktijk werden uitgenodigd. De tandartsassistente had vanaf 1 januari 2021 geen inkomen meer en er was spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening.
De kantonrechter concludeerde dat de identiteit van de onderneming was behouden en dat de overgang van onderneming had plaatsgevonden. Hierdoor was de tandartsassistente per 1 januari 2021 van rechtswege in dienst getreden bij de nieuwe praktijk. De vordering tot wedertewerkstelling en loonbetaling werd toegewezen, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten werden aan de zijde van de nieuwe praktijk opgelegd.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat sprake is van overgang van onderneming en veroordeelt de nieuwe tandartspraktijk tot wedertewerkstelling en loonbetaling aan de tandartsassistente.