ECLI:NL:RBNNE:2021:1095
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens vrijspraak in hoofdzaak
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €33.436,06, later verlaagd tot €8.359,02, gebaseerd op een schatting van opbrengsten uit hennepteelt. De rechtbank oordeelde dat veroordeelde medeplichtig was aan het telen van hennep in één woning, maar vrijgesproken werd van medeplegen of medeplichtigheid aan telen in een andere woning waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.
Omdat het feit waarop de ontnemingsvordering steunde in de hoofdzaak was vrijgesproken, kon dit niet als grondslag dienen voor ontneming. De rechtbank wees daarom de vordering van de officier van justitie af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 30 maart 2021.
De verdediging had betoogd dat het onderliggende feit niet bewezen kon worden, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd door de vrijspraak in de hoofdzaak. Hierdoor kon geen wederrechtelijk verkregen voordeel worden vastgesteld voor dat feit, waardoor ontneming niet mogelijk was.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af vanwege vrijspraak in de hoofdzaak.