ECLI:NL:RBNNE:2021:1096
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijk voordeel hennepteelt
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €33.436,06, later verlaagd tot €7.331,26, gebaseerd op de opbrengst van één oogst hennep. De vordering hield rekening met een verdeling van de opbrengst onder veroordeelde en medeverdachten, minus een bedrag voor de benadeelde partij.
De raadsman betoogde dat veroordeelde slechts een beperkte rol had en dat niet kon worden vastgesteld dat hij daadwerkelijk voordeel had genoten. De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier en de zitting onvoldoende aannemelijk was dat veroordeelde het voordeel daadwerkelijk heeft verkregen. De hennepkwekerij maakte deel uit van een grotere organisatie en veroordeelde had een uitvoerende rol.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat het voordeel moet worden geschat op het daadwerkelijk behaalde voordeel in de concrete omstandigheden. Omdat geen concrete aanwijzingen waren en het onderzoek zich niet richtte op het voordeel van veroordeelde, wees de rechtbank de vordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs dat veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.