Op 24 augustus 2020 ontstond een conflict tussen verdachte en aangever in de woning van aangever te Gorredijk. Verdachte werd binnengelaten, waarna een woordenwisseling en gevecht ontstonden. Verdachte sloeg aangever en stak hem meerdere keren met een mes in het bovenlichaam.
De rechtbank oordeelde dat poging doodslag en zware mishandeling niet wettig en overtuigend bewezen konden worden, mede vanwege onvoldoende bewijs voor vol of voorwaardelijk opzet op de dood van aangever en het ontbreken van zwaar lichamelijk letsel. Wel werd poging zware mishandeling bewezen verklaard vanwege de steekwonden in de oksel en bovenarm.
Verdachte voerde een beroep op noodweer en noodweerexces aan, waarbij hij zich verdedigde tegen een aanval met een honkbalknuppel door aangever. De rechtbank achtte het beroep geslaagd omdat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, noodzakelijke en proportionele verdediging, en geen culpa in causa. Verdachte werd daarom ontslagen van alle rechtsvervolging. De civiele schadevordering van aangever werd niet ontvankelijk verklaard.