De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 18 maart 2021 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, veroordeeld voor medeplegen hennepteelt te Glimmen en het telen van hennep te Nietap.
De rechtbank oordeelde dat niet is komen vast te staan dat veroordeelde voordeel heeft genoten uit de hennepkwekerij te Glimmen, waardoor die vordering werd afgewezen. Voor de kwekerij te Nietap stelde de rechtbank vast dat veroordeelde wel voordeel heeft behaald, gebaseerd op de aantreffen van 82 hennepplanten en aanwijzingen van een eerdere oogst.
De rechtbank ging uit van één oogst, waarbij de opbrengst minus kosten werd berekend conform een rapport van het Functioneel Parket. Kosten voor elektriciteit werden slechts gedeeltelijk in mindering gebracht en de waarde van in beslag genomen voertuigen werd niet verrekend. Uiteindelijk werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €9.122,40.
Veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de staat te betalen. Tevens werd de maximale gijzelingstermijn van 182 dagen vastgesteld voor het geval van niet-betaling.