De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een machtiging voor opname en verblijf van cliënt met een chronische, therapieresistente schizofrenie. Na een eerdere tussenbeschikking waarbij een machtiging voor zes weken werd verleend, ontving de rechtbank een aanvullende medische verklaring van een onafhankelijk psychiater die voldeed aan de wettelijke vereisten.
De rechtbank stelde vast dat cliënt lijdt aan een ernstige psychische stoornis met gedragsproblematiek die overeenkomt met symptomen van fronto-temporale dementie, waardoor de zorgbehoefte aansluit bij die van de Wet zorg en dwang (Wzd). Ondanks dat formeel de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) toepasselijk zou zijn, werd gekozen voor de Wzd vanwege de continuïteit van zorg en het belang van cliënt om in de huidige gespecialiseerde instelling te blijven.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van cliënt leidt tot ernstig nadeel, waaronder verwaarlozing, agressie en maatschappelijke teloorgang, en dat opname noodzakelijk is om dit te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende middelen beschikbaar en cliënt verzet zich tegen opname. De machtiging wordt daarom verleend voor de resterende duur tot 22 juni 2021, waarbij de continuïteit van zorg en het welzijn van cliënt voorop staan.