Partijen, ex-echtgenoten, zijn het oneens over de verkoop van hun voormalige echtelijke woning en twee nabijgelegen percelen. De vrouw wil de woning opnieuw in de verkoop zetten met een nieuwe makelaar en een lagere vraagprijs, omdat zij het bod van €695.000,- k.k. van een geïnteresseerde koper niet accepteert vanwege het voorbehoud verkoop eigen woning en de lange termijn tot 15 juli 2021.
De man wil het bod van €695.000,- k.k. accepteren en vindt dat de vrouw daartoe moet meewerken. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat van partijen redelijkerwijs verwacht mag worden dat zij niet langer in een onverdeelde gemeenschap blijven. De rechter weegt de belangen af en stelt vast dat het bod nagenoeg gelijk is aan de vraagprijs en dat een nieuwe verkoopprocedure waarschijnlijk geen tijdswinst oplevert.
De vrouw wordt veroordeeld binnen zeven dagen schriftelijk in te stemmen met het bod onder het voorbehoud verkoop eigen woning tot uiterlijk 15 juli 2021, met een dwangsom bij niet-nakoming. Mocht het voorbehoud tijdig worden ingeroepen, dan moet de man binnen acht dagen na schriftelijk verzoek van de vrouw meewerken aan het opnieuw in de verkoop zetten via een nieuwe makelaar en medewerking verlenen aan het plaatsen van een verkoopbord en bezichtigingen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.