ECLI:NL:RBNNE:2021:1189
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing energieovereenkomst en ongevraagde levering
De eisende partij heeft de gedaagde partij gevorderd tot betaling van een bedrag van €152,41 met rente en kosten, stellende dat er een energieovereenkomst tussen partijen zou zijn gesloten. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 7:7 lid 2 BW Pro geen betalingsverplichting ontstaat voor ongevraagde levering van energie aan consumenten. Het enkele feit dat energie is geleverd, betekent niet dat er een betalingsverplichting is.
De eisende partij heeft nagelaten om een overeenkomst of bewijs van aanvaarding door de gedaagde partij te overleggen. De enige stukken die zijn overgelegd zijn facturen, terwijl de online gesloten overeenkomst niet kon worden overgelegd vanwege het faillissement van een derde partij. Dit is onvoldoende om aannemelijk te maken dat er een overeenkomst tot levering is gesloten.
De rechtbank wijst daarom de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. De eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde partij nihil worden begroot.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €152,41 wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de energieovereenkomst.