ECLI:NL:RBNNE:2021:1196

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
9 april 2021
Zaaknummer
9010961 CV EXPL 21-726
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230t BWArt. 6:230v BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs sportschoolovereenkomst en onjuiste dagvaarding

De eisende partij, Basic-Fit Nederland B.V., vorderde betaling van een bedrag van €152,84 wegens een vermeende sportschoolovereenkomst met de gedaagde consument. Volgens de eisende partij was er een overeenkomst gesloten op 6 juli 2017 voor de duur van een jaar, die stilzwijgend werd verlengd. De overeenkomst zou op 8 september 2019 zijn beëindigd wegens wanbetaling.

De eisende partij kon echter niet het gepersonaliseerde bewijs van de overeenkomst overleggen, maar slechts een format van een bevestigingsmail en een printscreen van het aanmeldproces. De kantonrechter oordeelde dat deze stukken onvoldoende waren om de overeenkomst aannemelijk te maken en dat het risico van het ontbreken van bewijs bij de eisende partij lag.

Daarnaast werd vastgesteld dat de dagvaarding onjuist was omdat de eisende partij stelde haar verplichtingen steeds volledig te hebben nagekomen, terwijl zij zich in de stukken op een opschortingsrecht beriep. Dit leidde tot een afwijzing van de vordering en een nihil kostenveroordeling ten laste van de eisende partij.

Uitkomst: De vordering van Basic-Fit Nederland B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de overeenkomst en onjuiste informatie in de dagvaarding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Verstek
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
Zaak-/rolnummer: 9010961 CV EXPL 21-726
verstekvonnis d.d. 30 maart 2021
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Basic-Fit Nederland B.V.,
gevestigd te Hoofddorp,
eisende partij,
gemachtigde: LAVG,
uw kenmerk: 220018235/EBE,
tegen

[gedaagde] ,

wonende te [adres] ,
gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend.

Procesverloop

De eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 152,84 met rente en kosten.
Motivering
De eisende partij stelt dat zij met gedaagde partij, die handelt als consument, op 6 juli 2017 online een overeenkomst van dienstverlening heeft gesloten met betrekking tot een sportschoollidmaatschap voor de duur van een jaar. Omdat de gedaagde partij de overeenkomst niet heeft opgezegd is deze na afloop van deze periode voor onbepaalde tijd verlengd. De eisende partij stelt dat zij de overeenkomst op 8 september 2019 wegens wanbetaling van de gedaagde partij heeft beëindigd. De eisende partij stelt met betrekking tot de totstandkoming van de overeenkomst dat een nieuw lid na de online aanmelding een bevestigingse-mail ontvangt. Aangezien eisende partij de gepersonaliseerde e-mail niet meer kan overleggen heeft zij een format van de bevestigingse-mail overgelegd waarin de essentialia van de overeenkomst alsmede het herroepingsrecht en een link naar de algemene voorwaarden is opgenomen. Daarmee is volgens de eisende voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen van artikel 6:230 m lid 1 BW en artikel 230 t BW/artikel 6:230 v BW. Bij het sluiten van de overeenkomst is de gedaagde partij door middel van het plaatsen van een vinkje akkoord gegaan met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, aldus de eisende partij.
De kantonrechter overweegt dat uit geen van de door de eisende partij overgelegde producties blijkt dat zij een overeenkomst met de gedaagde partij heeft gesloten als door haar gesteld. De omstandigheid dat de eisende partij niet (meer) in staat is de op de gedaagde partij in het kader van de gestelde overeenkomst betrekking hebbende bescheiden in het geding te brengen komt voor haar rekening en risico. De eisende partij kan niet volstaan met overlegging van een printscreen van het online aanmeldproces en een format van een bevestigingsmail. Dit betekent dat de vordering als onvoldoende onderbouwd wordt afgewezen.
Daarbij wordt nog overwogen dat in de dagvaarding is opgenomen dat de eisende partij haar verplichtingen steeds volledig is nagekomen, terwijl uit de bijgevoegde productie wordt afgeleid dat de eisende partij zich heeft beroepen op een haar toekomend opschortingsrecht. Aldus is de kantonrechter in de dagvaarding onjuist geïnformeerd, hetgeen de afwijzing ook rechtvaardigt.

Beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
de eisende partij in de kosten, tot op heden aan de zijde van de gedaagde partij vastgesteld op nihil.
Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.