ECLI:NL:RBNNE:2021:143
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade aan woning door mijnbouwactiviteiten in Groningen verhoogd na beroep
Eiser verzocht om vergoeding van schade aan zijn woning veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld. Verweerder kende aanvankelijk een schadevergoeding toe van € 13.805,42, bestaande uit herstelkosten, bijkomende kosten en wettelijke rente. Eiser maakte bezwaar tegen de hoogte van de vergoeding, met name tegen de gehanteerde herstelmethodiek en de afwezigheid van verhuiskosten.
Tijdens de bezwaarprocedure en het daaropvolgende beroep stelde eiser dat de herstelkosten op basis van een duurdere methode (Wall2floor) moesten worden vergoed en dat verhuiskosten van € 1.000,-- moesten worden meegenomen. Verweerder verwees naar een uniform calculatiemodel dat uitgaat van herstel zonder verbetering en betwistte de noodzaak van de duurdere methode en de verhuiskosten.
De rechtbank oordeelde dat het uniform calculatiemodel als basis voor de schadeberekening toereikend en onderbouwd is en dat kosten van verbetering niet vergoed worden. De stelling dat ook de ondervloer beschadigd is, werd niet gevolgd. Wel werd geoordeeld dat de verhuiskosten ten onrechte niet waren toegekend, omdat deze kosten niet per se al gemaakt hoeven te zijn om vergoed te worden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de schadevergoeding betrof, en bepaalde dat de schadevergoeding wordt verhoogd met € 1.000,-- verhuiskosten tot een totaal van € 14.805,42, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en reiskosten van eiser.
Uitkomst: De schadevergoeding wordt verhoogd tot € 14.805,42 inclusief verhuiskosten en vermeerderd met wettelijke rente.