ECLI:NL:RBNNE:2021:1492

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
20 april 2021
Zaaknummer
AWB - 21 _ 580
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:4 AwbArt. 12, eerste lid, IWArt. 17, eerste lid, IWArt. 17, tweede lid, IW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel waterschapsbelasting

Eiseres kwam in verzet tegen de tenuitvoerlegging van dwangbevelen voor de waterschapsbelasting over 2019 en 2020. De rechtbank Noord-Nederland behandelde twee zaken waarin eiseres bezwaar maakte tegen deze dwangbevelen. Volgens de rechtbank kan het verzet tegen een dwangbevel niet bij de bestuursrechter worden ingesteld, maar moet dit via een civiele procedure bij de civiele rechter gebeuren.

De rechtbank baseert haar oordeel op artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Invorderingswet 1990 (IW). De rechtbank stelt dat zij daarom (kennelijk) onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2021.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden gedaan bij dezelfde rechtbank, waarbij de indiener kan verzoeken om gehoord te worden. De rechtbank benadrukt dat het verzet tegen een dwangbevel van de ontvanger moet worden ingesteld bij de civiele rechter en niet bij de bestuursrechter.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzet tegen de dwangbevelen en verwijst naar de civiele rechter.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 21/580 en LEE 21/744
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 16 april 2021 in de zaken tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en

de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres bij dwangbevelen van 13 februari 2021 meegedeeld dat de aanslagen voor de waterschapsbelasting over 2019 en 2020 nog niet volledig zijn betaald.
Eiseres is bij brief van 14 februari 2021 in verzet gekomen tegen de ten uitvoerlegging van deze dwangbevelen. Het verzet tegen het dwangbevel inzake de aanslag waterschapsbelasting 2020 heeft de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer 21/580. Het verzet tegen het dwangbevel inzake de aanslag waterschapsbelasting 2019 heeft de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer 21/744.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De invordering van een belastingaanslag kan op basis van de Invorderingswet 1990 (IW) gebeuren bij een door de ontvanger uit te vaardigen dwangbevel. [1] De belastingschuldige kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet komen bij de rechtbank. [2] Het verzet wordt gedaan door middel van een dagvaarding door de belastingschuldige als eiser aan de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd als gedaagde. [3] Op grond van de Awb kan tegen een dwangbevel geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. [4] Het verzet tegen een dwangbevel van de ontvanger moet worden ingesteld bij de civiele rechter.
3. Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat zij (kennelijk) onbevoegd is van het beroep kennis te nemen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Jongsma-van Helden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2021. De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.
w.g. griffier w.g. rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Artikel 12, eerste lid, IW.
2.Artikel 17, eerste lid, IW.
3.Artikel 17, tweede lid, IW.
4.Artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onderdeel b, Awb.