Op 23 april 2021 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van afpersing en diefstal met geweld in vereniging op 19 december 2019 in Leeuwarden. Het openbaar ministerie vorderde veroordeling op basis van verklaringen van de aangever, getuigenverklaringen en financieel onderzoek dat geldstromen van de aangever naar verdachte aantoonde.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de aangever onduidelijkheden bevatten en dat verdachte niet overtuigend betrokken was bij het strafbare feit. De rechtbank stelde vast dat verdachte ontkende en zijn verklaring niet kon worden weerlegd met voldoende bewijs. De verklaringen van de aangever werden onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen.
Gelet hierop oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard en sprak verdachte integraal vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding, omdat de grondslag van de vordering niet bewezen was. De vordering kan alleen bij de burgerlijke rechter worden ingediend.