Verzoekers wilden een ontheffing op grond van de Wet publieke gezondheid om hun huwelijksviering met kinderen en kleinkinderen in een restaurant te houden, ondanks de geldende covid-maatregelen. De voorzieningenrechter benadrukt dat verweerder ruime beoordelingsbevoegdheid heeft bij dergelijke verzoeken en dat hij zijn wettelijke plicht heeft vervuld door advies te vragen aan de GGD en de Veiligheidsregio, die beiden negatief adviseerden.
Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een ontheffing rechtvaardigen. De voorzieningenrechter vindt dit standpunt redelijk, mede omdat het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames hoog is en het samenkomen meer reisbewegingen veroorzaakt. Het zelftesten biedt onvoldoende garanties en het belang van de volksgezondheid weegt zwaar.
Verzoekers voerden aan dat het huwelijk een unieke gebeurtenis is en dat zij afspraken hadden gemaakt om veilig samen te komen, maar dit kon niet leiden tot een ontheffing. Ook het argument dat andere grote evenementen doorgaan, werd niet gevolgd. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.