ECLI:NL:RBNNE:2021:169
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in cocaïne
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 25 januari 2021 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie had een bedrag gevorderd van €140.481,50, later gewijzigd naar €49.575, gebaseerd op de handel in cocaïne door de veroordeelde en een medeveroordeelde. De rechtbank baseerde zich op het veroordelend vonnis, proces-verbalen en getuigenverklaringen.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde zich schuldig had gemaakt aan medeplegen van handel in cocaïne, waarbij het totaal verkochte gewicht en de brutowinst werden berekend en gecorrigeerd met inkoopkosten. De nettowinst werd vastgesteld op €47.158,00. Omdat de verdeling van het voordeel tussen veroordeelde en medeveroordeelde onbekend was en de veroordeelde een beperktere rol had, werd schattenderwijs 30% van de nettowinst toegerekend aan de veroordeelde.
Hieruit volgde een betalingsverplichting van €14.147,40 aan de staat. De rechtbank wees de overige vorderingen af en bepaalde de duur van de gijzeling op maximaal 282 dagen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van S. Timmermans.
Uitkomst: Veroordeelde moet €14.147,40 betalen aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.