Betrokkene was onderworpen aan een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) die geldig was tot 16 november 2021. Hij verzocht via zijn advocaat om beëindiging van deze verplichte zorg omdat hij naar Zwitserland wilde verhuizen om daar als fysiotherapeut te gaan werken. De geneesheer-directeur had dit verzoek afgewezen, waarna betrokkene via de officier van justitie een verzoek tot beëindiging bij de rechtbank indiende.
Tijdens de mondelinge behandeling, die via Skype plaatsvond, bleek dat betrokkene sinds eind april 2021 daadwerkelijk in Zwitserland woont en daar een baan en woning heeft. Behandelaren gaven aan dat hoewel de schizofrenie onder controle is, er nog steeds ernstige zorgen zijn over middelengebruik en maatschappelijke teloorgang. Desondanks vonden zij het niet proportioneel om betrokkene tegen zijn vertrek te weerhouden.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene niet langer in Nederland staat ingeschreven en dat de zorgmachtiging niet langer doelmatig is nu betrokkene permanent in het buitenland verblijft. Daarom wees de rechtbank het verzoek van de officier van justitie af en besloot de zorgmachtiging te beëindigen. Er werd wel aanbevolen dat de zorgverantwoordelijke in Zwitserland aandacht aan betrokkene besteedt.