De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 21 april 2021 een verzoek van de gezinsvoogdij (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot 22 april 2022. De GI stelde dat er positieve ontwikkelingen waren, zoals regelmatige omgang met de vader en afronding van ambulante gezinsbehandeling bij de moeder, maar dat communicatie tussen ouders nog verbetering behoeft.
De moeder stemde in met verlenging maar wilde een langere termijn vanwege zorgen over de emotie- en agressieproblematiek van de vader, die niet meewerkt aan agressietherapie en een strafrechtelijke veroordeling heeft. De moeder vreesde dat de agressie een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen vormt.
De kinderrechter constateerde dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld en dat de positieve ontwikkelingen bemoedigend zijn. Tegelijkertijd blijft het agressieve gedrag van de vader een zorg, vooral in de directe communicatie met de moeder, wat een bedreiging vormt voor de kinderen.
De ondertoezichtstelling werd daarom verlengd voor zes maanden. De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot een langere verlenging, omdat alleen de GI primair bevoegd is tot het indienen van een verlengingsverzoek. De kinderrechter benadrukte het belang dat het agressieve gedrag van de vader stopt voordat de ondertoezichtstelling wordt beëindigd.