Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
‘Voorbedachte raad’ zoals onder 1 primair (medeplegen van poging tot moord, impliciet subsidiair doodslag), 1 subsidiair 1 (medeplichtigheid aan poging tot moord, impliciet subsidiair doodslag) en 1 subsidiair 2 (uitlokking van poging tot moord, impliciet subsidiair doodslag) kan niet worden bewezen omdat geen sprake is geweest van een vooropgezet plan om iemand van het leven te beroven.
‘Medeplegen’, zoals dat in de diverse varianten ten laste is gelegd, kan niet worden bewezen omdat geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en omdat verdachte zelf geen geweldshandelingen heeft gepleegd.
‘Uitlokken’, zoals dat in de diverse varianten ten laste is gelegd, kan evenmin worden bewezen. Het is medeverdachte [medeverdachte] degene geweest die er steeds over begon dat [slachtoffer 1] op zijn plek moest worden gezet en de kwestie steeds zwaarder aanzette en druk uitoefende. Verdachte heeft zich hier niet tegen kunnen verzetten. Weliswaar is gezamenlijk besproken om [slachtoffer 1] te confronteren, maar er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering. Verdachte wist niet dat er door [medeverdachte] een bahco gebruikt zou worden.
Eventueel kan voor medeplichtigheid aan (poging tot) zware mishandeling een bewezenverklaring volgen.
prank call’). Zij vertelde dat in de Kollumer Courant een seksadvertentie was geplaatst, waarin de naam en telefoonnummer van verdachte zouden zijn vermeld. De seksadvertentie bestond feitelijk niet. Omdat aangever [slachtoffer 1] (hierna te noemen: [slachtoffer 1]) uit de buurt van Kollum afkomstig was en in de week voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten toenadering tot verdachte had gezocht, raakten verdachte en [medeverdachte] ervan overtuigd dat [slachtoffer 1] deze seksadvertentie had geplaatst. Verdachte en [medeverdachte] vonden hierin aanleiding [slachtoffer 1] te vragen om langs te komen. Verdachte heeft met Facebook Messenger aan [slachtoffer 1] laten weten dat zij dronken en eenzaam was. [slachtoffer 1] is op de uitnodiging van verdachte ingegaan en is rond half vier 's nachts bij haar woning aangekomen. Zoals besproken tussen verdachte en [medeverdachte] was [medeverdachte] op dat moment buiten de woning. Hij is kort na de komst van [slachtoffer 1] (opnieuw) binnengelaten door verdachte. Na een verblijf van ongeveer een half uur in de woning van verdachte is gesproken over de seksadvertentie. [slachtoffer 1] gaf daarbij aan dat hij dit in het geheel niet kon plaatsen en dat hij door het gebruik van drugs hoe dan ook niet goed kon nadenken.
29.9-2019 02.46.55 uur audio gesprek
22.30 op geluidsopname
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 1], tot een bedrag van € 498,95 ter zake van materiële schade en € 15.000,-- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 2], tot een bedrag van € 714,98 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
Gelet op de door de benadeelde partij gegeven onderbouwing komt hem een vergoeding terzake immateriële schade toe. Deze immateriële schade staat in zodanig verband met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend.
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.
een gedeelte, groot zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.