Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
opzegging door [A] op 11 februari 2021?
€ 748,00
Rechtbank Noord-Nederland
Werknemer trad op 1 maart 2020 in dienst bij Verkeersschool als administratief medewerker. Tijdens de coronamaatregelen werkte hij deels thuis. Op 11 februari 2021 ontstond een incident waarbij werknemer emotioneel vertrok na een woordenwisseling en een sneeuwbalincident op kantoor. Werkgever interpreteerde de uitlating "Jullie zoeken het maar uit, ik vertrek" als opzegging van de arbeidsovereenkomst.
Werknemer heeft dit ontkend en bleef thuis werken, waarbij hij inlogde op het systeem van de werkgever. Werkgever stuurde een e-mail waarin zij het ontslag accepteerde en stelde dat de arbeidsovereenkomst per 11 februari 2021 was geëindigd. Werknemer vorderde loonbetaling en stelde dat geen sprake was van een geldige opzegging.
De kantonrechter oordeelde dat de uitlating van werknemer niet ondubbelzinnig was en niet gericht op beëindiging van het dienstverband. Werkgever had onvoldoende onderzoek gedaan naar de wil van werknemer en hem niet over de gevolgen van opzegging geïnformeerd. Daarom was de arbeidsovereenkomst niet beëindigd en moest werkgever het loon betalen, inclusief wettelijke verhoging en incassokosten. De vordering tot verstrekking van salarisspecificaties werd eveneens toegewezen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst niet opgezegd, werkgever veroordeeld tot loonbetaling en verstrekking salarisspecificaties.