Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 10 november 2020 te Groningen op de openbare weg (de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een ander toebehoorde bij de armen heeft vastgepakt en/of met een hamer, althans een (zwaar) voorwerp, op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd dat hij zijn zakken leeg moest maken, althans woorden van gelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 10 november 2020 te Groningen op de openbare weg (de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot afgifte van geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een ander toebehoorde bij de kleding heeft vastgepakt en/of heeft meegetrokken en/of aan die [slachtoffer 2] heeft toegevoegd dat hij geld moest geven en/of dat hij, verdachte, hem (anders) kapot zou maken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of (met de vuist) in/tegen het gezicht heeft geslagen en/of met een breekijzer, althans een zwaar voorwerp, (meermalen en/of met kracht) op/tegen het (onder)lichaam heeft geslagen en/of (met de voet) tegen het (onder)lichaam heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 10 november 2020 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk de ruit van een (personen)auto, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
hij op of omstreeks 6 november 2020 te Groningen op de openbare weg (de [straatnaam]) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (ongeveer € 250/330), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] of aan een ander toebehoorde, door met een hamer, althans een voorwerp, op die [slachtoffer 3] af te rennen en/of die hamer (/dat voorwerp) dreigend (in de richting van die [slachtoffer 3]) omhoog te houden en/of te schreeuwen "geef mij geld" en/of die [slachtoffer 3] in de bosjes te duwen en/of (vervolgens) (meermalen en/of met kracht) met die hamer (/dat voorwerp) op en/of tegen het lichaam te slaan;
hij op of omstreeks 6 november 2020 te Groningen op de openbare weg ( de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot afgifte van geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een ander toebehoorde met een hamer/een voorwerp in de hand op die [slachtoffer 4] is afgerend en/of heeft geroepen "Geld, Geld, Geld" en/of met die/een hamer/voorwerp die [slachtoffer 4] (meermalen en/of met kracht) op en/of tegen het lichaam heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Beoordeling van het bewijs
verdachte M.D.E.V. [verdachte]
verdachte M.D.E.V. [verdachte]
Bewezenverklaring
hij op 10 november 2020 te Groningen op de openbare weg (de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van geld, toebehorende aan die [slachtoffer 1], bij de armen heeft vastgepakt en met een hamer op het hoofd heeft geslagen en aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd dat hij zijn zakken leeg moest maken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 10 november 2020 te Groningen op de openbare weg (de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot afgifte van geld, toebehorende aan die [slachtoffer 2], bij de kleding heeft vastgepakt en heeft meegetrokken en aan die [slachtoffer 2] heeft toegevoegd dat hij geld moest geven en dat hij, verdachte, hem anders kapot zou maken, en met de vuist in het gezicht heeft geslagen en met een breekijzer meermalen op/tegen het lichaam heeft geslagen en tegen het onderlichaam heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 10 november 2020 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk de ruit van een personenauto, die toebehoorde aan [slachtoffer 2], heeft vernield;
hij op 6 november 2020 te Groningen op de openbare weg (de [straatnaam]) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van € 250, dat geheel toebehoorde aan die [slachtoffer 3], door met een hamer op die [slachtoffer 3] af te rennen en die hamer dreigend omhoog te houden en die [slachtoffer 3] in de bosjes te duwen en vervolgens meermalen en met kracht met die hamer op het lichaam te slaan;
hij op 6 november 2020 te Groningen op de openbare weg (de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot afgifte van geld, dat toebehoorde aan die [slachtoffer 4], met een hamer in de hand op die [slachtoffer 4] is afgerend en heeft geroepen "Geld, Geld, Geld" en met die hamer die [slachtoffer 4] meermalen op het lichaam heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. de heer [slachtoffer 1], tot een bedrag van € 1.119,37 ter zake van materiële schade en
4. De heer [slachtoffer 4], tot een bedrag van € 578,00 ter vergoeding van materiële schade en € 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.
een gedeelte, groot 1 jaarniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 2.969,37(zegge: tweeduizend negenhonderd negenenzestig euro en zevenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2020.
[slachtoffer 2]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.272,51(zegge: duizend tweehonderd tweeënzeventig euro en eenenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2020.
[slachtoffer 3]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.678,00(zegge: duizend zeshonderd achtenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2020.
[slachtoffer 4]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.578,00(zegge: duizend vijfhonderd achtenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2020.