ECLI:NL:RBNNE:2021:2222
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen wegens onterechte oplegging rijvaardigheidsonderzoek
Verzoeker kreeg op 15 maart 2021 een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd door het CBR, nadat de Officier van Justitie twee snelheidsovertredingen als beginnend bestuurder aan het CBR had gemeld. De overtredingen dateren van 5 december 2017 en 18 februari 2019. De strafbeschikkingen zijn onherroepelijk.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisende belang van verzoeker, die zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk, en stelde vast dat de tweede overtreding meer dan zes maanden na de onherroepelijke afdoening aan het CBR was doorgegeven, wat in strijd is met artikel 3, derde lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011. Er was geen uitzonderingssituatie die dit rechtvaardigde.
Verder waren er geen aanwijzingen dat verzoeker op dat moment een gevaar vormde in het verkeer. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard, het primaire besluit geschorst en werd verzoeker zijn rijbewijs voorlopig teruggegeven. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het primaire besluit tot oplegging van het rijvaardigheidsonderzoek wordt geschorst en verzoeker krijgt zijn rijbewijs voorlopig terug.