ECLI:NL:RBNNE:2021:2303
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging natuurvergunningen vanwege strijd met Habitatrichtlijn en ontbreken passende beoordeling
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 juni 2021 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân als verweerder optrad. De zaak betrof natuurvergunningen verleend aan meerdere derde-partijen voor uitbreidingen en wijzigingen in veehouderijen, waarbij de vergunningen waren gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS).
Eisers stelden dat de vergunningen onrechtmatig waren omdat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag lag niet voldeed aan de eisen van artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. De rechtbank volgde deze stelling en oordeelde dat de vergunningen niet konden worden verleend op basis van de PAS-beoordeling. Tevens werd vastgesteld dat de in de Verordening opgenomen uitzondering op de vergunningplicht voor het weiden van vee in strijd was met de Habitatrichtlijn.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten van 14 april 2017, 26 april 2017 en 19 mei 2017. De rechtbank bepaalde dat de gevolgen van de aangevraagde activiteiten opnieuw in kaart moeten worden gebracht en dat een passende beoordeling per project alsnog moet worden opgesteld indien vereist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en kosten in bezwaar van eisers.
De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en legt de verplichting op aan verweerder om opnieuw te beslissen op de afzonderlijke vergunningaanvragen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de natuurvergunningen worden vernietigd en herroepen wegens strijd met de Habitatrichtlijn en ontbreken passende beoordeling.