ECLI:NL:RBNNE:2021:2367
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek woningaanpassingskosten boven WMO-PGB voor inkomstenbelasting ROW
Eiseres, zorgverlener voor haar echtgenoot met ALS, ontving een WLZ-PGB voor zorg en een WMO-PGB voor woningaanpassingen. In 2016 lieten zij hun woning verbouwen vanwege de ziekte van haar echtgenoot, met totale kosten van €37.310. Eiseres bracht deze kosten deels in mindering op haar inkomsten uit werk en woning (ROW) bij de belastingaangifte.
De Belastingdienst corrigeerde het inkomen en liet de kosten die het WMO-PGB te boven gingen niet in aftrek toe. Eiseres stelde dat de woningaanpassingen noodzakelijk waren voor de zorgverlening en dus zakelijke kosten betroffen. De rechtbank stelde vast dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat een andere zorgverlener op basis van het WLZ-PGB dergelijke investeringen in de woning zou doen.
De rechtbank concludeerde dat de extra kosten niet zakelijk waren en daarom niet in mindering konden worden gebracht op het ROW-inkomen. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV bleef ongewijzigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de extra kosten van woningaanpassingen niet in aftrek kunnen worden gebracht op het ROW-inkomen.