ECLI:NL:RBNNE:2021:2369
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostenvergoeding bezwaarfase en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding in belastingzaak
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde kostenvergoeding voor de bezwaarfase van een belastingaanslag over 2016, waarbij het geschil vooral ging over de aftrek van specifieke zorgkosten. Verweerder had de kostenvergoeding vastgesteld met een wegingsfactor van 1, wat eiser te laag vond en betoogde dat sprake was van een zware zaak met een hogere wegingsfactor.
De rechtbank overwoog dat de zaak niet complex was en dat de werkzaamheden niet omvangrijk genoeg waren om een hogere wegingsfactor te rechtvaardigen. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de hoofdzaak met circa zes maanden was overschreden, omdat de procedure pas met de uitspraak van de rechtbank eindigde.
Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad werd eiser een immateriële schadevergoeding toegekend van €500 wegens de overschrijding. De rechtbank wees het beroep van eiser op een hogere kostenvergoeding af, maar veroordeelde verweerder tot vergoeding van de immateriële schade, het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep op een hogere kostenvergoeding af en kende een immateriële schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.