Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
28 november 2020 22.11 uur
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 10 januari 2021, opgenomen op pagina 18 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Binnen een klinische setting zou men zich kunnen richten op stabilisatie, nadere procesdiagnostiek en het instellen op passende medicatie waarna toegewerkt kan worden naar re-integratie in de maatschappij, waarbij aandacht nodig is voor het vinden van passende woonruimte, uitbreiding van het sociale netwerk en activering. Na het verlaten van de kliniek is het raadzaam langdurig ambulante hulpverlening te blijven bieden aan verdachte. Hij is gebaat bij hulpverlening vanuit een verplicht kader, zodat continuïteit van de zorg gewaarborgd wordt.
De rechtbank acht aannemelijk dat verdachte gebaat zou zijn bij een (in ieder geval in aanvang klinische) behandeling van zijn stoornissen en dat – zolang dat niet gebeurd is – het gevaar voor herhaling van ernstige bedreigingen en beledigingen (van zijn broer en zus, maar ook van anderen) groot is. De rechtbank voorziet echter dat een gedwongen behandeling veel verzet en strijdlust bij verdachte zal oproepen, waardoor het vele jaren zal duren voordat verdachte effectief behandeld kan worden. Indien de rechtbank tot oplegging van een TBS met dwangverpleging overgaat, zal deze echter – vanwege de aard van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan – in duur gemaximeerd zijn en hooguit vier jaar kunnen duren.
Bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf en maatregel staat voorop dat zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat verdachte zich opnieuw schuldig zal maken aan bedreiging en belediging. De rechtbank acht aannemelijk dat dit in afdoende mate kan worden bereikt door de afschrikwekkende werking van (deels voorwaardelijke) langdurige vrijheidsbeneming in combinatie met een (dadelijk uitvoerbare) gedragsbeïnvloedende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr. Deze maatregel beoogt de broer en zus van verdachte specifiek te beschermen tegen strafbaar handelen van verdachte.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
een gedeelte, groot vier maandenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
maatregelstrekkende tot beperking van de vrijheid van verdachte, inhoudende:
vijf jarenzich niet zal ophouden in de volgende gebieden:
vijf jarenop geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op 1 februari 1970 en [slachtoffer 2] , geboren op 8 september 1965.
twee wekenvoor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, waarbij de totale duur van de tenuitvoergelegde vervangende hechtenis ten hoogste
zes maandenbedraagt.