ECLI:NL:RBNNE:2021:2660
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding proceskosten na beëindiging huurtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst om zijn huurtoeslag per 3 juli 2020 stop te zetten. Het primaire besluit is later herroepen wegens onrechtmatigheid, maar eiser vordert daarnaast vergoeding van proceskosten, waaronder rechtsbijstand, verlet- en reiskosten.
De rechtbank stelt vast dat het primaire besluit onrechtmatig was en is herroepen. Het geschil concentreert zich op de vraag of verweerder gehouden is tot vergoeding van kosten die eiser in verband met het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. Volgens artikel 7:15 Awb Pro worden kosten slechts vergoed indien het besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
De rechtbank overweegt dat rechtsbijstand alleen door een derde beroepsmatig verleend kan worden en dat eiser geen recht heeft op vergoeding van zelfverleende rechtsbijstand. Ook is er geen vergoeding van verletkosten mogelijk omdat er geen hoorzitting heeft plaatsgevonden waarbij eiser aanwezig moest zijn. Gezien het forfaitaire karakter van de proceskostenregeling is ook geen aanvullende vergoeding mogelijk via andere wegen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de vergoeding van proceskosten af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.