Verzoeker maakte bezwaar tegen het verlichtingsplan voor het Windpark N33, omdat dit plan knipperende in plaats van vast brandende obstakelverlichting voorschrijft, in strijd met het Inpassingsplan. Na een waarschuwing aan vergunninghouders en het opleggen van een last onder dwangsom om de overtreding te beëindigen, verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om het windpark stil te leggen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het spoedeisend belang van verzoeker voldoende was, maar dat het handhavingsbesluit van 1 juni 2021 tegemoet kwam aan het verzoek om handhaving. De rechtbank oordeelde dat stillegging van de turbines buiten het handhavingsverzoek valt en dat vanuit veiligheidsoverwegingen verlichting noodzakelijk blijft.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.