ECLI:NL:RBNNE:2021:2854
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met zorgregeling en kinderalimentatie, kinderen uiten bezwaren tegen zorgregeling
Partijen zijn gehuwd sinds 1999 en hebben drie minderjarige kinderen. Zij hebben een ouderschapsplan opgesteld via een mediator, waarin afspraken zijn gemaakt over de zorgregeling en kinderalimentatie. De kinderen [kind 1] en [kind 2] gaven aan niet betrokken te zijn bij het opstellen van het ouderschapsplan en zijn niet tevreden met de zorgregeling, met name vanwege ruzies en het stemverheffende gedrag van de man, wat hen een onveilig gevoel geeft.
De rechtbank constateert dat partijen uitvoering geven aan de zorgregeling en dat er geen aanwijzingen zijn dat de vrouw niet meewerkt aan het naleven van de afspraken. Wel beveelt de rechtbank aan dat de man en kinderen met een derde partij in gesprek gaan om de veiligheid en erkenning van gevoelens te verbeteren. Ten aanzien van de kinderalimentatie oordeelt de rechtbank dat de rekentool van de Raad voor de Rechtsbijstand voldoet aan de wettelijke maatstaven en dat de vrouw onvoldoende onderbouwing heeft geleverd voor haar bezwaar tegen de berekening.
De rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van het ouderschapsplan af en verklaart het ouderschapsplan onderdeel van de beschikking. De echtscheiding wordt uitgesproken op verzoek van de vrouw, die duurzame ontwrichting van het huwelijk stelt en door de man niet wordt betwist. De man krijgt het recht om de woning zes maanden na inschrijving van de echtscheiding te blijven bewonen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behoudens de echtscheiding zelf.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, bevestigt het ouderschapsplan inclusief zorgregeling en kinderalimentatie, en geeft de man het recht om zes maanden in de woning te blijven wonen.