De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het maken van een gewoonte van het in bezit hebben, verwerven en het verschaffen van toegang tot kinderporno in de periode van april tot juni 2018. Het ten laste gelegde betrof 296 afbeeldingen en meerdere films met seksuele gedragingen van personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt.
Verdachte was niet verschenen tijdens de terechtzitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. De verdediging voerde aan dat het bezit niet wettig bewezen kon worden, met name vanwege het merendeel van de beelden die in zogenoemde 'unallocated clusters' waren aangetroffen en daardoor niet toegankelijk waren. De rechtbank oordeelde echter dat bijkomende omstandigheden, zoals de verklaring van verdachte dat hij actief kinderporno had gedownload en het feit dat enkele films wel toegankelijk waren, het bezit wettig en overtuigend bewezen maakten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde verspreiding van kinderporno, omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over de inhoud van de door verdachte verstuurde afbeeldingen. De strafmotivering benadrukte de ernst van het feit en de schadelijke gevolgen voor de afgebeelde jeugdigen. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn ASS-problematiek, de vrijwillige behandeling en het lage recidiverisico, legde de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden op met een proeftijd van 2 jaar, afwijzend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of geldboete.