Een 58-jarige masseur werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen door tijdens massagebehandelingen de borsten van een cliënt vast te pakken. De rechtbank beoordeelde of deze aanrakingen seksuele handelingen waren die in strijd zijn met sociaal-ethische normen. De aanrakingen vonden plaats tijdens massages en vielen binnen de context van de behandeling.
De rechtbank concludeerde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om vast te stellen dat het masseren van de zij- en onderkant van de borsten geen onderdeel was van de behandeling. Er was geen aanwijzing voor seksuele intenties van de masseur. Ook de aanwezigheid van de moeder van de cliënt bij de eerste behandelingen zonder opmerkingen ondersteunt dit oordeel.
Hoewel zowel de cliënt als haar moeder een ongemakkelijk gevoel hadden, was dit subjectief en leidde dit niet tot een ander oordeel. De rechtbank sprak de masseur vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit. De vordering tot schadevergoeding van de cliënt werd niet-ontvankelijk verklaard en moet bij de burgerlijke rechter worden ingediend.