Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[B] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 498,00
Rechtbank Noord-Nederland
De huurder [B] huurt sinds november 2020 een recreatiewoning en paardenboxen van [A] Holding BV. De schriftelijke huurovereenkomst is niet ondertekend en de waarborgsom niet betaald. [B] heeft meerdere huurtermijnen niet voldaan, wat leidde tot een huurachterstand van meer dan drie maanden. Daarnaast is een boete opgelegd door de Landelijke Inspectie Dierenbescherming vanwege onjuiste mestafvoer, waarvan de kosten deels op [B] zijn verhaald.
[A] vordert ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en gebruikskosten. [B] erkent de achterstand maar betwist de hoogte en vraagt om een langere ontruimingstermijn vanwege de boete en moeite met het vinden van vervangende woonruimte.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van meer dan drie maanden voldoende is voor ontbinding van de huurovereenkomst en toewijzing van de ontruimingsvordering. De exacte huurprijs voor de paardenboxen is onduidelijk, maar wordt vastgesteld op minimaal € 200 per maand. De totale achterstand inclusief gebruikskosten bedraagt € 7.670,36. [B] wordt veroordeeld tot ontruiming uiterlijk 31 juli 2021 en tot betaling van de achterstallige bedragen, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming uiterlijk 31 juli 2021 en betaling van huurachterstand, gebruikskosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.