ECLI:NL:RBNNE:2021:3224
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek pgb met terugwerkende kracht en zorgovereenkomst bij jeugdhulp
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van 24 september 2019 waarin verweerder een persoonsgebonden budget (pgb) voor jeugdhulp toekende voor de periode van 1 september 2019 tot 31 augustus 2021, maar geen pgb met terugwerkende kracht vanaf 31 mei 2018. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen pgb met terugwerkende kracht heeft toegekend, mede omdat eisers zonder redelijke grond niet hebben meegewerkt aan een onderzoek naar hun ondersteuningsbehoefte.
Het deskundigenrapport van 25 juli 2019 adviseerde continuering van begeleiding, maar de rechtbank stelt vast dat de negen dagdelen begeleiding groep betrekking hebben op thuisonderwijs, wat onder passend onderwijs valt en geen jeugdhulpvoorziening is volgens de Jeugdwet. Verweerder heeft daarom correct gehandeld door deze dagbesteding niet als jeugdhulp te kwalificeren.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het terecht was om als voorwaarde te stellen dat een nieuwe zorgovereenkomst wordt gesloten, omdat het pgb per 31 mei 2018 was beëindigd en een nieuwe toekenning een nieuwe overeenkomst vereist. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het afsluiten van een nieuwe zorgovereenkomst onmogelijk is.
De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadeloosstelling wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat geen pgb met terugwerkende kracht wordt toegekend en dat een nieuwe zorgovereenkomst vereist is.