Eiser liet zonnepanelen installeren op zijn nieuwbouwwoning en deed aangifte omzetbelasting over december 2018 met een verzoek om teruggaaf, waarop verweerder bij beschikking van 22 februari 2019 teruggaaf verleende.
Eiser diende vervolgens op 19 november 2019 een negatieve suppletie in voor het gehele vierde kwartaal 2018, gericht op de omzetbelasting die drukt op de bouwkosten van de woning. Verweerder kwalificeerde deze suppletie als een bezwaarschrift tegen de eerdere teruggaafbeschikking en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat de negatieve suppletie niet als bezwaar had moeten worden opgevat, maar als een aanvullend verzoek om teruggaaf over het gehele vierde kwartaal. De uitspraak op bezwaar moet daarom uit het rechtsuniversum verdwijnen en de zaak wordt terugverwezen voor een inhoudelijke beslissing op het verzoek. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.