De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 juli 2021 uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie vorderde dat veroordeelde een bedrag van €63.928,00 zou betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Veroordeelde was eerder veroordeeld voor onder meer medeplegen van fraude met incassocontracten, wapenhandel en mensenhandel.
De rechtbank baseerde zich op het vonnis van de meervoudige strafkamer en een rapport waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd berekend. De berekening omvatte opbrengsten uit fraude met incassocontracten bij Rabobank en ABN/AMRO en de verkoop van een lange-afstandsgeweer. De rechtbank stelde vast dat veroordeelde voordeel had genoten uit deze feiten en bepaalde het totaalbedrag op €63.218,25.
De verdediging voerde aan dat veroordeelde geen voordeel had genoten en dat vrijspraak van de onderliggende feiten moest volgen, maar dit werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank legde daarnaast een gijzelingstermijn van maximaal 1080 dagen op voor het geval het bedrag niet volledig wordt betaald.
De rechtbank wees de vordering voor het overige af en legde veroordeelde de verplichting op tot betaling van €63.218,25 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.