Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
In vervolg op onze brief van 7 januari 2016 en onze e-mail van 31 maart 2016 inzake de aangifte inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2013 van de heer [naam aandeelhouder eiseres] , BSN [BSN nummer] , informeren wij u als volgt.
1.Reactie op uw brief van 14 december 2015
1. Bezwaar
2.Achtergrond
3.Correspondentie Belastingdienst
4.Belastbaar bedrag 2016
Verslag hoorgesprek inzake het bezwaarschrift tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2016 van [eiseres] . Aanslagnummer [aanslagnummer]
- de verbeterde aangifte VPB 2013 (zie 1.7. en 1.8.) als een verzoek om ambtshalve vermindering opgevat moet worden;
- verweerder aan dit verzoek aanvankelijk geen gehoor heeft gegeven;
- eiseres in de jaren 2014, 2015 en 2016 er vanuit gegaan is dat er wel een HIR gevormd was in 2013, en dat deze in 2016 vrijviel (zie 1.9. en 1.10.);
- voldaan werd aan de voorwaarden voor het vormen van een HIR;
- pas na het ontvangen van de aanslag VPB 2016 het eiseres duidelijk werd dat er over 2013 geen ambtshalve vermindering verleend was (zie 1.12.);
- verweerder lopende de bezwaarfase tegen de aanslag VPB 2016 alsnog de verbeterde aangifte VPB 2013 heeft gevolgd door middel van het ambtshalve verminderen van de aanslag VPB 2013 (zie 1.13. en 1.14.) en
- tegen de ambtshalve vermindering van de aanslag VPB 2013 geen bezwaar of beroep openstaat.