ECLI:NL:RBNNE:2021:3310
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen jegens minderjarige kleinzoon
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 3 augustus 2021 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen jegens zijn minderjarige kleinzoon in de periode van 2012 tot 2014. Het openbaar ministerie vorderde veroordeling op basis van de verklaring van het slachtoffer en aanvullende getuigenverklaringen.
De officier van justitie achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en vond steun in verklaringen van de moeder en een getuige, evenals in het feit dat het slachtoffer vaak bij verdachte verbleef. De verdediging voerde aan dat de verklaringen onbetrouwbaar waren vanwege het oude karakter van de zaak en het ontbreken van onafhankelijk steunbewijs.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar overkwam, deze onvoldoende werd ondersteund door ander bewijs. De verklaringen van de moeder waren auditu-verklaringen en konden niet als steunbewijs dienen. Ook de overige verklaringen stonden te ver af van de beschuldigingen. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om tot een bewezenverklaring te komen en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen jegens zijn minderjarige kleinzoon.