2.9.Bij brief van 24 november 2020 heeft de raadsvrouw van [eiser] het volgende aan de raadsman van [gedaagde] laten weten:
"In bovengenoemde kwestie bericht ik u dat de heer [eiser] zijn voornemen aan het personeel van de praktijk heeft bekendgemaakt en de redenen daarvan heeft uitgelegd.
De mening van uw cliënte, dat dit onhandig zou zijn blijft voor haar eigen rekening.
Zij heeft door haar handelswijze zelf de onrust in de praktijk veroorzaakt. Uw opmerking dat de rust dient weder te keren in de praktijk is nu juist de grondslag van het bericht van [eiser] aan het personeel.
Nu uw cliënte zelf mededelingen heeft gedaan over het gerezen geschil, kan zij niet meer wijzen op deze verplichting richting de heer [eiser].
Tijdens ons gesprek op 18 november 2020 heeft uw cliënte voorgesteld om mediation te beproeven, maar dat is door onze cliënt afgewezen omdat hij niet meer met uw cliënte wil samenwerken.
Het gaat er daarnaast niet om hoe de werknemers aankijken tegen een voortzetting van de maatschap omdat zij daar geen stem in hebben. De werknemers dienen op geen enkele manier betrokken te raken bij dit conflict.
Zoals al eerder gesteld deelt de heer [eiser] de mening dat uw cliënte recht heeft op een privéleven. Het privéleven van uw cliënte is echter publiekelijk geworden doordat haar partner via o.a, you tube uitlatingen doet over vermeende complotten en misstanden.
Uw cliënte schrijft zelf dat zij actief meedoet aan de gesprekken met gelijkgestemden van haar partner. Zij doet ook actief mee samen met haar kinderen met een boekverbranding. Dit betekent voor de buitenwereld dat zij het gedachtengoed van haar partner overdraagt op de kinderen.
Het is een kwestie van tijd dat ook bij patiënten bekend wordt dat [gedaagde] de partner is van [echtgenoot gedaagde] en dat het zeer wel denkbaar is dat dit een reden vormt om een andere huisarts te zoeken. Duidelijk is nogmaals geworden tijdens het gesprek op 18 november 2020 dat [gedaagde] bij weigeraars of twijfelaars voor een vaccinatie tegen Covid, niet de landelijke
richtlijnen wil volgen.
Er is sprake van een onherstelbare vertrouwensbreuk.
De heer [eiser] zal zijn praktijk voortzetten in het aan hem toebehorende pand. In het kader van een minnelijke regeling is de heer [eiser] bereidt een voorstel te doen ter zake de afwikkeling van de maatschap.
1. De maatschap tussen partijen eindigt met wederzijds goedvinden per 31 december 2020.
2. De heer [eiser] neemt het maatschapsdeel van uw cliënte in de apotheek en de huisartsenpraktijk over. De goodwill voor de apotheek zoals afgesproken en voor het maatschapsdeel van de huisartsenpraktijk € 100.000,00 Dit bedrag is inclusief een vergoeding voor alle tot de maatschap behorende roerende zaken en ter afwikkeling van de maatschap in de breedste zin van het woord, zulks met uitzondering van de afrekening winstverdeling 2020.
3. De huurovereenkomst neemt een einde per 31 december 2020.
4. Partijen stellen gezamenlijk een bericht op voor alle externen waaruit blijkt dat partijen hebben besloten de maatschap te beëindigen omdat gebleken is dat partijen niet langer kunnen samenwerken omdat zij gebrouilleerd zijn geraakt.
Uiteraard tegen finale kwijting."