Uitspraak
1.Het procesverloop
- de moeder;
- [naam medewerker] namens de GI.
2.De feiten
3.Het standpunt van de GI
4.Het standpunt van de belanghebbenden
[de minderjarige]
5.De beoordeling
6.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die sinds 28 mei 2021 op een groep van een jeugdzorginstelling verblijft. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht op 26 mei 2021 om een spoedmachtiging vanwege ernstige gedragsproblemen, suïcidaliteit en onveiligheid voor de omgeving. De kinderrechter verleende op 26 mei 2021 een machtiging gesloten jeugdhulp, die op verzoek van de GI op 28 mei 2021 werd beëindigd en vervangen door een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.
Namens de minderjarige werd aangevoerd dat de spoedmachtiging ten onrechte was verleend omdat de minderjarige niet was gezien of gehoord door een onafhankelijke gedragswetenschapper voorafgaand aan de machtiging, terwijl dit wettelijk vereist is. De gedragswetenschapper die telefonisch instemming gaf was in dienst van de GI en niet onafhankelijk. De onafhankelijke gedragswetenschapper die de minderjarige later via beeldbellen sprak, stemde niet in met de plaatsing.
De kinderrechter oordeelde dat de spoedmachtiging niet aan de wettelijke vereisten van artikel 6.1.3 van de Jeugdwet voldeed, omdat de minderjarige niet vooraf was onderzocht door een gekwalificeerde gedragswetenschapper. Hoewel de situatie zorgelijk was en spoedmaatregelen gerechtvaardigd konden zijn, was het ontbreken van het noodzakelijke onderzoek reden om de machtiging als onterecht te beschouwen. De machtiging was op 28 mei 2021 reeds beëindigd. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De spoedmachtiging gesloten jeugdhulp is ten onrechte verleend omdat de minderjarige niet vooraf is onderzocht door een gekwalificeerde gedragswetenschapper.