Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[B],
1.De procedure
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Op 24 december 2019 vond een ongeval plaats op de Jousterkade in Sneek waarbij een fietsster ten val kwam en ernstig letsel opliep. De fietsster, [A], wilde oversteken via de stoep en werd verrast door een scooterbestuurder, [B]. [A] stelde Unigarant, de verzekeraar van [B], aansprakelijk op grond van artikel 185 Wegenverkeerswet Pro.
De rechtbank heeft het geschil beoordeeld aan de hand van verklaringen van partijen en een onafhankelijke getuige, [C]. Uit het bewijs blijkt dat [A] op de verkeerde weghelft fietste en mogelijk ten val kwam door gladheid op de tegels. Getuigeverklaringen bevestigen dat [B] zeer langzaam reed en praktisch stil stond toen het ongeval plaatsvond.
De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is voor betrokkenheid van [B] bij het ongeval in de zin van artikel 185 lid 1 WVW Pro. Het enkele feit dat [B] aanwezig was en dat [A] geschrokken is, is onvoldoende. De aansprakelijkheid van [B] en Unigarant wordt daarom niet vastgesteld en de vorderingen worden afgewezen.
De rechtbank begroot de proceskosten van [A] op €4.120,50, inclusief griffierecht, maar wijst de vergoeding daarvan af zolang aansprakelijkheid niet wordt vastgesteld. De beschikking is uitgesproken op 7 juli 2021 door mr. J.A. Werkema.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid van de scooterbestuurder bij het ongeval.