ECLI:NL:RBNNE:2021:3452
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen bij verminderd bewustzijn slachtoffer
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen op of omstreeks 27 augustus 2016 te Musselkanaal. Het slachtoffer zou zich in een toestand van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht hebben bevonden, waardoor hij niet in staat was zijn wil te bepalen of weerstand te bieden.
Het openbaar ministerie stelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de handelingen tegen de wil van het slachtoffer waren verricht. Toxicologisch onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut toonde aan dat het slachtoffer een geringe hoeveelheid ethanol in de urine had, vergelijkbaar met het drinken van 2,5 glazen bier, maar geen aanwijzingen voor drugs of andere bedwelmende middelen. Ook de verklaringen van de eerste verbalisanten wezen niet op een evidente dronken toestand van het slachtoffer.
De verdediging sloot zich aan bij het standpunt van het OM en voerde aan dat verdachte het ten laste gelegde ontkende en dat de gevonden DNA-sporen op het slachtoffer niet bewijzen dat de handelingen tijdens een toestand van onmacht zijn gepleegd.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte vrij. De rechtbank benadrukte dat voor een veroordeling moet worden vastgesteld dat het slachtoffer niet in staat was zijn wil te bepalen en dat verdachte hiervan op de hoogte was, hetgeen in deze zaak niet voldoende is aangetoond.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij ontuchtige handelingen verrichtte terwijl het slachtoffer in een toestand van verminderd bewustzijn verkeerde.